Convergerende Werkelijkheden (70)

  1. Beste lezers, hierbij het voorlaatste hoofdstuk van het feuilleton. Het gaat over het afscheid van Grete, in Denemarken, die overlijdt aan de spierziekte ALS. Hoe blij ze is om veel mensen nog één keer te kunnen zien. Ik verwijs jullie graag naar de andere blog: Oude Wonden, Nieuwe Grenzen.
  2. De foto dit keer is van Colchester Castle. Daphne studeert daar af aan de hotelschool, waar Merel haar gaat opzoeken. Daarna gaat ze voor het Centrum voor een Gelukkig Levenseinde het hotel op poten zetten.
  3. Tot volgende keer weer, Rob
Hoofdstuk 70 Afscheidsbezoek

Anouk en Willem waren die week naar de gynaecoloog geweest voor het onderzoek, maar de uitslag was nog niet binnen. Henk en Marcel hadden een gesprek gehad met de woningbouwcorporatie waar ze de wensen van de groep hadden neergelegd. Die zou onderzoeken of het haalbaar was en een plan opstellen.

Vrijdag om tien uur komen Iris en Jacqui ons ophalen met de Caddy waarvan één fauteuil van de derde rij was verwijderd, zodat er zes personen inpasten met nog wat bagageruimte. Na wat knuffels stappen Jurgen, Jannah, Mathilde en ik in.
Anouk heeft het wat te kwaad.
‘Ik ga jullie missen,’ zegt ze.
‘Wij jou ook, hoor,’ zegt Iris mede namens mij.
Jacqui rijdt ons naar de grens, waar ik het stuur overneem. Het valt niet echt mee om langs Hamburg te komen. Bij Kolding neemt Iris het over en brengt ons via Fünnen de brug over naar Sjaelland en verder naar Lolland. Onderweg eten we wat. Het is al laat als we bij de B&B in Nakskov aankomen en we gaan gelijk naar bed. Jacqui en Mathilde slapen bij elkaar op de kamer.
De volgende ochtend wandelen we naar Grete’s huis. Errol doet open en begroet eerst Jurgen en Jannah.
‘Jullie hebben het erop gewaagd. Daar ben ik heel blij mee.’
De twee vrienden omhelzen elkaar.
‘Een knuffel kan wel, jongen,’ zegt Jannah, ‘maar ik ga nooit meer intiem met je worden. Daar heb ik mijn les mee geleerd.’
Hij brengt ons naar boven.
‘Goed dat jullie er zijn. Jullie kaarten, brieven, gedichten, tekeningen en mails waren de laatste tijd het hoogtepunt van haar dag. Ze vroeg er steeds naar. Ik heb niets gezegd tegen haar. Niet schrikken hoor. Haar handen bewegen steeds moeilijker en het praten gaat ook heel moeizaam.’
‘Hey,’ komt er wat rauw uit Grete’s mond, maar haar ogen drukken verrassing en blijdschap uit.
Iris en ik geven haar een zoen, en gaan links en rechts van haar op bed zitten.
‘Lief,’ zegt Grete.
Iris stelt Jacqui voor als haar dochter.
‘Wageningen,’ komt er moeizaam uit.
We vertellen haar dat we haar in ieder geval nog één keer wilden zien en dat we veel van haar houden. Grete wijst op de kaarten en brieven die ze allemaal bewaard heeft.
We vertellen haar over de manier waarop we elkaar ten huwelijk gevraagd hebben en laten haar het filmpje zien. Ze geniet zichtbaar.
Ze wijst op Errol, Jurgen en Jannah en zegt: ‘Blij, samen.’
‘Ja,’ zeg ik. ‘Dat is Jurgen, Errols oudste vriend. Hij was blij dat hij weer contact had met Errol. Dat is Jannah, de vrouw van Jurgen en ex-vriendin van Errol. Ze hadden ruzie gehad maar kunnen nu weer door een deur.’
We vertellen over de woongemeenschap, dat we nu allemaal vrienden zijn en dat ze Iris in hun hart hadden gesloten. Daarna noemden we Anouk en hoe die Iris en mij bij elkaar had gebracht en hoe we allebei van haar waren gaan houden. Grete zoekt een gedicht dat ze van Anouk had ontvangen.
‘Vriendin,’ zegt ze.
Daarna dut Grete in.
Wij gaan even naar beneden voor de koffie, maar Jacqui blijft naast Grete zitten.
Als die na een uur wakker wordt zegt ze: ‘Hey, jij?’
Jacqui slaat haar arm om Grete heen. Ze vertelt over hoe blij ze was dat haar moeder weer gelukkig werd, en hoe ze mij als haar vader gevraagd had.
‘Jij goed,’ reageert Grete.
Als ze weer indommelt komt Jacqui ook naar beneden.
‘Ze slaapt meestal rond het middaguur,’ zegt Errol.
‘Hoe laat is ze weer wakker?’ vraag ik. ‘Dan gaan we nu even op pad en komen weer terug als ze wakker wordt.’
‘Vier uur, half vijf ongeveer. Ik had jullie graag rondgeleid,’ zegt Errol, ‘maar ik moet bij haar blijven. Haar ouders kunnen haar niet meer handelen.’
‘Dan zijn we rond vier uur weer terug.’
We lunchen bij Café Bita, waar de Grimbergen aftrek vindt. Om vier uur zijn we terug. Jurgen en Jannah zitten dit keer naast Grete op bed. Ze vertellen over vroeger, hoe Jurgen en Errol bij elkaar in de buurt hadden gewoond en bij elkaar op school hadden gezeten. Hoe ze later een band hadden gevormd met Errol als drummer.
Om half zeven vertrekken we weer, maar beloven de volgende dag terug te komen.
We eten bij Restaurant Lido.
De volgende ochtend zijn we weer terug bij Grete. Iris en ik zitten weer naast haar.
We vertellen hoe Iris mij weer met Wanda had verenigd en dat ik een zoon van vijftien had. Dat ik mijn zoon erkend had en hoe we besloten hadden informeel met ons drieën te trouwen.
‘Goed gek,’ zegt Grete.
Daarna vertel ik over Ramon, hoe Jacqui zich over hem ontfermd had en hij nu gelukkig was met Noa en Evy.
‘Jong, genieten.’
We lunchen en zijn om vier uur weer terug. Jacqui en Mathilde komen bij Grete zitten. Mathilde vertelt haar over het beeld van de Fenix wat ze net af heeft.
‘Jacob schrijft romans. Daarin wordt een meisje van negentien gered van haar orthodoxe vader en haar broer, die haar al jarenlang verkrachten en misbruiken. Ze is geniaal en ontwikkelt zich daarna fantastisch. Hij las die hoofdstukken aan ons voor na het avondeten. Dat inspireerde mij om dat beeld te maken. Jacob wil het nu als illustratie voor de omslag van dat deel gebruiken.’
‘Jacob goed?’ vraagt Grete.
‘Ja, ik vind hem best goed schrijven. Hij laat allerlei bijzondere dingen gebeuren maar beschrijft die alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Dat werkt best goed.’
‘Jacob liefde.’
‘Dat voelde ik ook gelijk,’ bekent Jacqui. ‘Hij had een sterke drang om mijn moeder gelukkig te maken. Die zat er helemaal doorheen na het overlijden van mijn vader, maar ze is helemaal opgefleurd met Jacob.’
Daarna vertelt ze dat Martijn en zij geen huis konden vinden en dat Iris voorgesteld had dat zij hoofdbewoners zouden worden en Iris en Jacob op zolder een appartement zouden betrekken.
‘Dat idee was van Jacob afkomstig. Wij waren vreselijk blij.’

We beloven maandagochtend nog even langs te komen.
Grete wenkt ons allen: ‘Kom. Ik snel dood nu. Heb vrede. Dank jullie.’
We kussen haar allemaal en nemen met weemoed afscheid.
Voor we wegrijden vertelt Errol:
‘Ik heb wat maatregelen genomen zodat ze niet lang meer hoeft te lijden. Eigenlijk wachtte Grete nog totdat ze jullie nog een keer had gezien. Ze wilde dat niet vragen, maar jullie hadden het blijkbaar toch begrepen. Ze wil begraven worden hier op de Kirkegård. Ik begrijp best dat jullie daar niet bij kunnen zijn. Maar ik dacht eraan om later nog een soort herdenking te houden ter ere van Grete om alles goed af te sluiten. Ik zou het fijn vinden als jullie daarbij zouden kunnen zijn. Grete is veel van jullie gaan houden.’
‘Wij ook van haar,’ bekent Iris. ‘Ik vond haar zo moedig. Dat zou ik heel fijn vinden om daarbij te zijn.’
‘Laat je ons snel weten wanneer het wordt?’ vraag ik. ‘We gaan alles in het werk stellen om erbij te zijn. Had ze nog andere bekenden in Nederland, die we mee kunnen vragen?’
‘Een stuk of vijf mensen. Ik zal proberen hun gegevens op te sporen. Die mail ik dan door. Bedankt voor jullie komst. Dat deed me heel veel.’

We nemen de snelste route naar huis via de ferry naar Puttgarden. Maar het is toch al na tien uur voordat we in Wageningen aankomen. Iris en Jacqui nodigen ons allen uit te blijven slapen, zodat ze niet nog eens heen en weer naar Rotterdam hoeven te rijden. We nemen het aanbod dankbaar aan.

Twitter Facebook LinkedIn Volgen


Convergerende Werkelijkheden (70)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (10,11,12)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (7,8,9)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (4,5, 6)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (2 + 3)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (1)