Convergerende Werkelijkheden (66)

  1. Beste lezers, genieten hoor van het mooie weer. De Oekraieners kan je niet helpen door hier te gaan sippen. Als we dat echt zouden willen, zouden we lef moeten hebben een in de strijd moeten inveniëren. Maar dat durven we niet met zijn allen. We zijn allemaal bang voor wat een gek terug kan doen. Maar de ervaring leert dat als je gek niet afstraft voor zijn gekke gedrag, het steeds erger wordt. Dan hoeven we ons ook geen zorgen meer te maken om het milieu. Dat is er niet meer.
  1. Deze overwegingen sluiten goed aan bij de foto van deze keer. Het is de Oostvaarderskliniek in Almere. Een gekke, religieuze vader en zijn nog gekkere zoon, hadden Naomi's moeder Alle daar gedwongen laten opnemen omdat ze zijn plannetjes doorzag. Met behulp van de rechercheur Natalie weet Naomi haar terug te vinden, en met wat zachte drang de hoofdpsychiater ervan te overtuigen dat ze niets mankeert. Naomi neemt haar in huis op, in één van de huurapartementen bij het Centrum voor een Gelukkig Levenseinde. Moeder en dochter kunnen daar weer voor elkaar zorgen. Dat werkt zo goed dat ze elkaar koppelen aan hun liefdespartners.

In het feuilleton gaan Anouk, Willem, Iris en Jacob eindelijk met elkaar vrijen. Het is voor Henk aanleiding om na twaalf jaar weer een bewonersvergadering bijeen te roepen, met als belangrijkste agendapunt extra woonruimte te creëren voor het vierspan. Veel leesplezier, en toe de volgende keer weer. Rob Feuth

Hoofdstuk 66 Babywens

Ik haal vrijdag Iris weer op van station Capelle Schollevaar. Ze wil graag weer bij Alfanos eten. We zijn vrij snel klaar en gaan op huis aan. Ze wordt weer heel hartelijk ontvangen, vooral ook door Anouk, die haar in haar armen sluit.
‘Dankjewel voor je lieve brief en het gedicht dat je voor ons hebt geschreven. Kunnen we zo even praten met zijn vieren?’
‘Dan maar gelijk, als het aan mij ligt. Kom je er ook bij Willem?’
We trekken ons terug op de kamer van Willem en Anouk.
Ik begin: ‘In je brief klonk je nogal luchtig, maar in het gedicht proefden we zoveel pijn bij je. We vroegen ons af of we daar wat tegen konden doen.’
‘Vast wel,’ reageert ze uitdagend.
‘Mag ik het gedicht ook lezen,’ vraagt Willem voorzichtig aan Anouk.
‘Daar was het eigenlijk niet voor bedoeld.’
‘Maar als jij pijn hebt, wil ik daar wat aan doen. Ik wil niet dat jij pijn lijdt. Daarvoor houd ik teveel van je.’
‘Dankjewel, nou lees dan maar.’
Willem laat de tekst zorgvuldig tot zich doordringen.
‘Zo, dit is nogal heftig inderdaad. Ik wou dat ik dit eerder had geweten. Ik reken het tot mijn taak om jou gelukkig te maken, Anouk. Als me dat niet goed lukt vind ik het heel vervelend. Op welke manier sta ik je geluk in de weg? Wil je me dat vertellen?’
‘Als je daarop staat moet het er maar gelijk uit ook. Ik houd heel veel van Jacob en Iris. Ik voel me geremd om mijn gevoelens voor hen te uiten. Ik heb aan knuffels niet meer genoeg. Ik heb behoefte om lekker met hen te vrijen. Ik ben niet ongelukkig met jou, jongen. Ik houd nog steeds heel veel van jou, en ik wou jou geen pijn doen. Maar daardoor potte ik het bij mezelf op. Daar kreeg ik last van.’
‘Had dat alsjeblieft eerder verteld. Dan had ik je wel gegund met hen te vrijen. Daar kom ik wel overheen. Ik wist toch dat je veel van hen houdt. Ik vind Iris en Jacob ook heel aardig.’
‘Willem, Jacob en ik kregen steeds meer het gevoel dat jij alleen stond tegenover ons blok van drie. Dat willen we niet. Ik vind dat wij gelijkwaardiger tegenover elkaar moeten staan. Daarom dacht ik onze relatie wat steviger aan te halen. Jacob is het daarmee eens. Zou jij dat ook willen?’
‘Dat klinkt wel goed. Hoe bedoel je dat precies?’
‘Als Jacob en ik af en toe met Anouk zouden vrijen, zouden wij ook soms met jou willen vrijen. Wij weten alleen niet goed hoever we daarin kunnen gaan, zonder afbreuk te doen aan onze specifieke banden.’
‘Oh god, menen jullie dat echt?’ roept Anouk uit.
‘Ja, meisje. Voor ons was het ook niet ideaal, maar wij konden er wel mee leven zolang het voor jou acceptabel was. Wij willen best graag ook met jullie vrijen, alleen willen we respecteren dat jij een speciale band met Willem hebt, en dat Iris en ik een speciale band met elkaar hebben. Maar hoe we dat moeten doen, weten we niet goed.’
‘Wat goed van jullie,’ zegt Willem. ‘Misschien zouden we zoiets moeten proberen. Ik zou best graag met je willen vrijen, Iris. Ik vind je mooi en heel erg lief. Op mijn manier houd ik ook wel van Jacob. Ik ben niet zo van mannenliefde, maar een beetje plezier kunnen we elkaar wel geven. Zullen we het proberen, lieverd?’
Anouk blijft even stil, maar komt dan:
‘Willem, zou je het fijn vinden als ik je nog een kindje geef. Ik zit daar de laatste tijd aan te denken. Ik word natuurlijk al best oud voor een baby en het geeft wel meer risico’s, maar ik zou het graag willen proberen. Ik weet nu dat ons kindje heel veel lieve vaders en moeders zou krijgen.’
‘Oh lieve schat, zou je dat echt willen. Daar zou je me heel gelukkig mee maken. Ik dacht eigenlijk dat je geen kinderen wilde.’
‘Daar had ik een poos ook geen behoefte aan. Maar ik begon het te missen. Ik vond het zo geweldig toen Ramon en de meisjes hier waren. Ik fleurde er helemaal van op. Maar we hebben wel een beetje haast. Ik zou me snel willen laten onderzoeken. Wil je met me mee naar de gynaecoloog?’
‘Natuurlijk, ik laat je niet alleen gaan. Kan je dan zeker weten dat het mijn kindje wordt?’
‘Natuurlijk. Jacob hoeft niet per se in me te komen om te vrijen. Daar kunnen we mee wachten tot ik weet dat ik zwanger ben. Oh, wat een heerlijk gevoel. Ik krijg er ineens heel veel zin in.’
Ze vliegt Willem om zijn hals.
‘En ik vind het geweldig dat jullie mee willen werken.’
Anouk geeft ons ook een knuffel.
‘Mag ik het al bekend maken dat we samen een kindje willen?’
‘Mij best, maar reken jezelf nog niet rijk. Misschien lukt het helemaal niet.’
‘Maar dan heb ik in ieder geval voorpret gehad.’
‘Zo kun je het ook bekijken.’
‘Als het jullie lukt, beloven wij plechtig reserveouders te zijn.’
‘Daar hoopte ik al een beetje op. Oh, ik ben zo blij.’
Anouk rent bijna de gemeenschappelijke ruimte in. Wij volgen op de voet.
‘Jongens, Willem en ik gaan proberen of we een baby kunnen krijgen.’
‘Nou, bij deze vast gefeliciteerd,’ reageert Sofie als eerste. ‘Ik hoop echt voor jullie dat het lukt, meid.’
‘En, Willem, Jacob, Iris en ik hebben besloten gewoon minnaars te worden. We willen af en toe gewoon met elkaar kunnen vrijen.’
‘Geweldig, wat een goede keuze,’ is dit keer Henk de eerste. ‘Iedereen weet allang dat jullie gek op elkaar zijn. Je kon erop wachten, dat het een keer fout zou gaan, maar jullie zijn er gewoon in goed overleg uitgekomen. Dat is toch prachtig. Laten we toasten op dit heuglijke nieuws!’
Hij haalt in de keuken een fles bubbels en een hoop glazen en begint te schenken. Mathilde trommelt Jannah en Jurgen uit hun kamer.
‘Kom we moeten proosten.’
‘Waarop?’ klinkt het nogal duf.
‘Willem en Anouk willen aan een kind beginnen, en die vier hebben in overleg besloten om minnaars te worden.’
‘Je legt even je hoofd te rusten en er gebeurt ineens van alles.’
‘Hoera!’ roept Mathilde. De rest antwoordt.
‘Jongens, ik denk dat dit consequenties moet hebben,’ zegt Henk. ‘Ik roep voor morgen een bewonersvergadering bijeen. Kunnen we dat nu besluiten?’
‘Prima. Ik zie wel wat je in gedachten hebt,’ zegt Marcel gekscherend. ‘Meestal betekent dat niet veel goeds.’

Na deze ontboezemingen trekken we ons terug in de kamer van Willem en Anouk. We trekken snel onze kleren uit. Iris richt zich op Willem en Anouk op mij. Binnen de kortste keren verliezen we ons in een paardenrace waarin het erom gaat zo laat mogelijk de finish te bereiken.
De berijdsters wisselen van paard, waarna de amazones ook nog even met elkaar vrijen.
‘Hier was ik vreselijk aan toe,’ verzucht Anouk. ‘Ik wilde je zo graag mijn liefde geven, Iris. Wat heerlijk dat het nu gewoon kan.’
‘Jij bent zo teder, meid. Volgens mij heb je nog duizend andere mensen nodig om al je liefde kwijt te kunnen.’
‘Ik houd het toch maar bij ons vier. Liefde genoeg, maar ik heb ook zo mijn fysieke beperkingen.’
‘Ik hoop dat die niet liggen op het gebied van vruchtbaarheid. Maar dit keer vergat je wel even voorzorgsmaatregelen te nemen,’ moppert paard één.
‘Oh jezus. Ja daar moet ik wel aan gaan denken. Ik was nu nog beschermd door de pil.’

Twitter Facebook LinkedIn Volgen


Convergerende Werkelijkheden (66)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (10,11,12)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (7,8,9)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (4,5, 6)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (2 + 3)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (1)