Convergerende Werkelijkheden (64)

Beste lezers, ik loop al maanden met jeuk over mijn lijf rond. Dat is niet echt prettig. Het toont ook hoe de medische zorg in elkaar zit. Je wordt echt van het ene onderzoek naar het andere gesleurd, waar dan niets uit blijkt, en uiteindelijk word je dan naar specialisten verwezen, waar je langer dan een maand wachttijd hebt. Ik had een afspraak voor 25 februari, maar die werd afgezegd omdat de arts zelf ziek werd. De internist had pas tijd op 31 maart. "Operatie geslaagd, patiënt overleden" komt steeds in me op. Daar heb ik nog geen plannen toe, maar die afhankelijkheid begint toch aardig aan me te knagen. Ik breng mijn tijd door met het herlezen van alle boeken van mijn favoriete schrijver Haruki Murakami. Dat beurt niet echt op, omdat de hoofdpersoon meestal een eenzame man betreft. Maar toch loopt de agenda langzaam weer vol en maken we allerlei voorlopige plannen voor het vakantieseizoen, dat bij ons loopt van eind maart tot eind oktober. Maar dit jaar sluit ik af met een cactusreis naar Argentinië in November.

  1. De foto van deze keer laat het Dance Center in Groningen zien. Dat schijnt nu gesloten te zijn vanwege onregelmatigheden. In boek 10 van Tegenwoordig Testament, genaamd Recherche en Restauratie, vindt hier het verlovingsfeest plaats van Sandra en Jannes. Het ontaardt in een erotisch festijn, waar Sandra zich achteraf voor schaamt, maar niemand verder moeilijkheden van maakt. Het is de avond waarop Luke's vriendin Marjolein haar latere partner Karel ontmoet.
  2. Het feuilleton nadert zijn ontknoping. in Hoofdstuk 64 krijgt Iris twee brieven. Eén van Grete, die haar einde voelt naderen en laat doorschemeren dat ze haar en Jacob graag nog een keer wil zien, en één van Anouk die in een gedicht aangeeft heel veel van Iris en Jacob te houden en vertelt over de pijn dat ze niet met hen kan vrijen. Veel leesplezier. Tot volgende keer, Rob

Hoofdstuk 64 Brieven

De vrijdag had Iris voor ik kwam twee brieven ontvangen, die belangrijk waren voor de nabije toekomst. Wanda en Ramon zijn dat weekend thuis gebleven om de gevoelens wat te laten bekomen.
Iris komt me dit keer zelf van het station halen.
‘Goh, je bent wel ineens een stuk ouder geworden, Jacq,’ zeg ik als we elkaar in de armen nemen.
‘Je denkt weer eens grappig te zijn, zeker. Ik weet best dat ik niet meer zo mooi en jong ben als mijn dochter. Daar hoef je niet zo de nadruk op te leggen.’
‘Sorry lieverd. Ik vind je nog steeds prachtig, maar ik hou vooral van je om al die andere prachtige eigenschappen.’
‘Welke bedoel je dan. Die wil ik graag horen.’
‘Ik vind het geweldig hoe je Wanda teruggewonnen hebt, ik vind het geweldig hoe je voor Grete bent, en hoe je Ramon en de meisjes hebt verenigd, om maar wat te noemen. Jouw onwil om leed te aanvaarden en je vermogen om onbegrensd lief te hebben stellen je tot heel bijzondere dingen in staat.’
‘Dank je wel, zo ken ik je weer. Ik heb een brief gekregen van Grete. Ze is heel blij met alle kaarten en brieven die ze van ons krijgt en ze feliciteerde ons met ons voorgenomen huwelijk. Maar het gaat niet zo heel goed met haar. Ze vraagt er niet om, maar je kunt er wel een hint in lezen dat ze ons nog graag een keer wil zien.’
‘Daar moeten we ons maar eens over buigen. Ik zou dat zelf ook wel willen.’

We komen thuis aan en worden verwelkomd door de hoofdbewoners, die trots de nieuwe bank in de woonkamer laten zien. Die heeft een jonge en heel persoonlijke sfeer gekregen. Iris laat het resultaat zien van de verbouwing op de zolder, die ook geheel naar wens is verlopen. Het grote bed is naar het appartement verhuisd.
Bij de koffie laat Iris me de brief lezen. Hij is op de computer geschreven, omdat ze niet meer zelf kan schrijven. Ze houdt zich groot, maar tussen de regels door kun je inderdaad lezen dat het steeds minder gaat.

‘Denk je dat je een lang weekend weg zou kunnen, lieverd? Ik zou graag op korte termijn nog eens naar Denemarken reizen.’
‘Je wilt snel met de auto heen en weer?’
‘Ja, of desnoods met het vliegtuig. Een retourtje Kopenhagen zal niet zo duur zijn, maar daarna moeten we dan het openbaar vervoer nemen of een auto huren.’
‘Dan kunnen we net zo goed met onze eigen auto gaan en de ferry of de tolbrug betalen.’
‘Ik zou ook graag met haar kennismaken,’ zegt Jacqui. ‘Zou dat kunnen, denken jullie?’
‘Natuurlijk, als je dat echt graag wilt. Maar het zal geen prettig gezicht zijn hoor.’
‘Geeft niet. Ik kan wel wat hebben hoor.’
‘Ik ga deze week bij mijn baas informeren. Is het vroeg genoeg om volgend weekend de reis te plannen?’
‘Dat lijkt me wel.’

‘Jacob, ik heb een brief van Anouk gekregen, met een gedicht dat ze speciaal voor ons heeft geschreven. Ik schrok een beetje. Hij is ook aan jou gericht.’
Ik lees de tekst aandachtig door. In de brief schrijft ze vrij luchtig dat ze naar ons verlangt, maar in het gedicht komt naar voren dat die liefde ook pijn doet:

Iris en Jacob

Twee sterren aan het firmament
Zo dichtbij, maar ook zo veraf
Ik kan ze kussen maar het komt nooit af
Geen van bei heeft me verwend

Mijn Godin en mijn Aartsvader
Tussen ons blijft zo'n afstand
Ik heb jullie mijn hart verpand
Waarom komen jullie niet nader

Ons douchen verzacht de huidpijn
Laat me meer verwachten, maar
Doet me ook smachten naar
Hoe heerlijk het zou kunnen zijn

Aan mijn tepels jullie monden
Zal daar ooit een baby lurken
Wanneer kunnen we de fles ontkurken
Op het geluk dat ik heb gevonden

Jullie komen maar niet nader
Je erectie penetreert haar
Maar niet mij, ik help jullie maar
En komt er ooit een vader

Ik heb je voor hem gevonden
Wij werden wel vriendinnen
Maar ik kon je nooit beminnen
Wij bleven twee gewonden

Op het strandje in het gras
Wat tedere kussen gemorst
Twee lieve handen op mijn borst
In het water van de plas

Twee zielen voor elkaar geschapen
Onze liefde door mijn schuld
Blijft toch in nevelen gehuld
Kan ik alleen de scherven oprapen

Mijn jaloezie zit tot hier
Samen gaan jullie met vakantie
Maar hoe dan met onze alliantie
Waarom kan het niet met vier

Zijn mijn verlangens aberraties
Blijft mijn liefde te ver afwijken
Kan jullie liefde mij verrijken
Diepe gevoelens zonder sensaties

Huwelijkse trouw is een fictie
Maar jullie vrijgevige liefde
Die ook mijn hart doorkliefde
Blijft apart door eigen restrictie

Anouk

‘Ja, ze spreekt over een bijna lichamelijke pijn, omdat ze haar gevoelens niet kan uiten zoals ze zou willen.’
‘Dat gevoel pak jij toch ook op. Ik dacht dat het vooral door de dichtvorm kwam. Poëzie wil gevoelens nog wel eens uitvergroten’.
‘Dan kan wel, maar dan is die pijn toch reëel. Ik ging ervan uit dat ze er heel goed mee om wist te gaan.’
‘Ik vond de manier waarop ze bij ons kwam liggen op het strandje toen iedereen erbij was al apart. Misschien dat het haar toen al teveel werd. Kunnen we iets doen, Jacob?’
‘Ja, die vraag verwachtte ik al. Misschien moeten we er eens met zijn allen over praten. Zie jij een oplossingsrichting.’
‘Ik kan alleen bedenken dat wij de band met Willem ook wat nauwer aanhalen. Nu staat hij vaak tegenover ons blok van drie.’
‘Maar als Anouk haar gevoelens wil uiten door met ons samen te vrijen, zou dat kunnen betekenen dat Willem ook met jou gaat vrijen. Zou je dat willen.’
‘Daar ben ik nog niet uit, jongen. Maar dat risico besef ik wel. En de kring met een zware emotionele binding wordt dan wel steeds groter. Ons twee samen met Wanda was nog wel te behappen, maar of ik nog meer aankan vraag ik me ook af.’
‘We hoeven misschien niet helemaal op te schuiven richting een soort huwelijksband. Ik denk dat er wel een duidelijk verschil moet blijven tussen hun huwelijk en hun relatie met ons, en ons huwelijk en onze relatie met hen, maar die lijn lijkt niet zo makkelijk te trekken.’
‘Knap dat je ook in die richting doordenkt. Maar waar zou die kunnen liggen?’
‘Het formele karakter lijkt niet zo relevant. In de frequentie ook niet direct. Als wij dagelijks zouden samenwonen, zou een nachtje samen met hen, wel een onderscheid zijn, maar wij zien elkaar ook maximaal drie keer per week, en ik zie dat niet één-twee-drie veranderen. In het soort seks, dat ik bijvoorbeeld niet bij Anouk binnendring en Willem niet bij jou, lijkt me ook wat kunstmatig. Wij hebben de band met onze kinderen nog, maar dat hebben zij niet.’
‘Denk je dat Anouk naar een kind verlangt?’
‘Daar heb ik haar nooit over gehoord, maar in het gedicht wel. Wij delen ook niet al onze gevoelens. Misschien wil Willem dat juist wel graag en wil zij geen baby. Maar daar kunnen wij ons niet mee bemoeien.’
‘Misschien moeten we dat punt maar aan hen overlaten en het gesprek open ingaan. Kunnen we al iets laten doorschemeren?’
‘Beter van niet lijkt me.’

Die avond nodigen Martijn en Jacqui ons uit bij Toledo. We hebben een gezellige avond en die nacht slapen we voor het eerst in het zolderappartement. Na het vrijen maken we dankbaar gebruik van onze eigen douche en toilet.

Twitter Facebook LinkedIn Volgen


Convergerende Werkelijkheden (64)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (10,11,12)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (7,8,9)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (4,5, 6)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (2 + 3)

Oude Wonden, Nieuwe Grenzen (1)